Bos
Na ons bezoek aan Peter en Bernadette op zaterdag gaan we naar Renkum. Wyb en ik hebben behoefte aan bos, aan echt bos. We lopen dan wel in een bosje bij een recreatieplas, zoals het Delftse Hout, of in de Scheveningse Bosjes. Maar dat zijn toch eilanden in een zee van stad en druk verkeer. Gecultiveerde en uitgeleefde plekken met bomen. Een mens — in ieder geval wij — wil zo af en toe toch gewoon écht bos.
We vertellen Peter en Bernadette dat we naar Renkum gaan en Bernadette vertelt ons dat Progressief Nederland daar een grote overwinning heeft behaald. Als we door het dorp rijden, begrijpen we dat wel. Het is een keurig dorp, met veel hoger opgeleiden, vermoeden we.
‘Als we weer eens gaan verhuizen, kijken we naar de verkiezingsuitslag. Als Progressief Nederland veel stemmen heeft behaald, dan weet je dat het daar waarschijnlijk goed wonen is,’ zegt Wyb.
‘Goed idee,’ zeg ik, ‘maar we gaan niet verhuizen.’
‘Ik zou hier best willen wonen,’ zegt Wyb als we eenmaal door het bos wandelen, ‘zo heerlijk dicht bij het bos.’
Even later gaan we op een bankje zitten bij een meertje dat wordt gevoed door een helder beekje. ‘Wat valt je hier op?’ vraagt Wyb.
‘Ik heb geen idee,’ zeg ik.
‘De stilte. Hier is het nou echt stil.’
Ik had het kunnen weten, want het was mij ook al opgevallen. In Delft en Den Haag is altijd het gezoem, het geruis van de stad aanwezig, ook al loop je door een bos of park. En dan heb ik het nog niet over knetterende scootertjes en ronkende motoren. Er is altijd lawaai.
’s Nachts, als ik Dies uitlaat, valt het zelfs heel erg op: dan hoor ik hoe hard het geluid van de A13 wel niet is, de snelweg tussen Amsterdam naar Rotterdam. Het geluid van de auto’s ligt als een deken over de stad. Het is goed dat we aan de achterkant van ons appartementencomplex wonen. Als je aan de voorkant woont, hoor je dat geluid volgens mij altijd. Het geluid van de snelweg houdt ook nooit op, want het is er 24/7 druk.
Het is goed dat we woensdag weer naar Cadouin gaan. Onze behoefte aan rust en stilte bereikt een hoog niveau.
‘Het bos hier is prachtig, hoor. En lekker stil, maar zie je hoe armoedig het eigenlijk is?’ zegt Wyb. ‘Als je dit toch vergelijkt met de vegetatie van de bossen in Cadouin.’
‘Het is een uitgemergeld bos, een stikstofbos,’ zeg ik. ‘Maar wie ziet dat? De meeste mensen hebben geen vergelijkingsmateriaal. Wie komt er tegenwoordig nog in een echt bos?’
Al pratend kijken we steeds meer uit naar Cadouin.
Als we aan het eind van de middag thuis zijn, is Wyb al snel druk op zoek naar woningen in de omgeving van Renkum. Af en toe moet ik even kijken naar wat ze gevonden heeft. ‘Inderdaad prachtig. Maar we gaan niet verhuizen, Wyb. Het ligt gewoon te ver van je werk, van Den Haag. Bovendien sta je dan alleen maar in files. Maar boven alles: ik heb mijn buik vol van verhuizen. Zesentwintig keer vind ik genoeg.’
‘Maar toch zou ik wel in die omgeving willen wonen, in Oosterbeek, Renkum, in die buurt.’
Journal d’images
Wandelpauze in Cadouin.


Wat denken jullie van Zutphen? Mooi historisch stadje aan de IJssel (met veel culturele gebeurtenissen) , met station en goede verbinding naar Den Haag (1 overstap in Breda).
Volop stilte langs de IJssel en de bossen van De Veluwe en de Achterhoek met mooie landgoederen vlakbij.
Kom maar eens langs om te kijken en te luisteren!
Maar eerst: veel plezier in Cadouin.
Aik en Jeanne